De eerste passages werden rond het begin van de negentiende eeuw gebouwd in Frankrijk. De passages in Parijs waren relatief klein. Deze Passages ontstonden als kleine onderdoorgangen in de gebouwen van en rondom het Paleis Royal. Hier was de financiële wereld geconcentreerd, waaruit de vermogende privé-personen voorkwamen die het initiatief tot de bouw van de passages namen.
De namen van deze passages verwijzen vaak nog naar de namen van hun stichters.

Later werden passages breder en hoger. Voornamelijk in Italië zijn de passages uit deze periode omvangrijk, zoals de passages in Milaan en Napels. Maar ook de Galléries St-Hubert in Brussel én de Haagse Passage zijn voorbeelden van grotere passages.

De Passage in Den Haag behoort tot het “straattype” met strakke gevels zonder galerijen. Wel is onze passage enigszins op een ‘galerijtype’ gaan lijken, door de nieuwe loopbruggen en de kantoorfuncties op de verdiepingen met aparte ingangen.